CML
In de zomer van 2020 kreeg ik de diagnose CML (Chronische myeloïde leukemie). De maanden daarvoor had ik al verschillende klachten, zoals aanhoudende vermoeidheid, gewrichtsklachten en een opgezwollen buik. Omdat deze klachten steeds duidelijker werden, besloot ik op 16 juli 2020 bloed te laten prikken, nadat ik al ruim twee maanden met de symptomen had rondgelopen.
Aanvankelijk werd aangegeven dat ik na een paar dagen kon bellen voor de uitslag, maar enkele uren later werd mijn moeder al gebeld. Uit het bloedonderzoek bleek dat ik ernstige bloedarmoede had en met spoed naar de eerste hulp moest. Op de spoedeisende hulp werden opnieuw bloedonderzoeken gedaan en aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Daar werd duidelijk dat ik CML had.
Na de diagnose werd ik opgenomen in het Prinses Máxima Centrum. De eerste dagen bestonden vooral uit verschillende onderzoeken, zoals bloedafnames, scans, echo’s en andere testen om een goed beeld te krijgen van de CML. Al snel werd duidelijk dat zware behandelingen, zoals chemotherapie, waarschijnlijk niet nodig zouden zijn. Dit werd bevestigd na een beenmergpunctie. Maar omdat CML een chronische ziekte is, gebruik ik wel medicatie die ik de rest van mijn leven zal moeten blijven nemen. Na acht dagen in het ziekenhuis mocht ik weer naar huis.
Het eerste jaar na de diagnose ging ik wekelijks naar Utrecht voor controles en kreeg ik elke drie maanden een beenmergpunctie. Inmiddels zijn de controles minder vaak en heb ik ongeveer eens per maand tot anderhalve maand een controleafspraak, voor bloedprikken en wat scans. Het ziekenhuis blijft daardoor een vast onderdeel van mijn leven en dagelijkse realiteit.
Mijn motivatie
Toen ik begon met de opleiding sportkunde had ik nog geen duidelijk beeld van wat ik later wilde doen. Ik wist dat ik iets met sport en mensen wilde, maar welke richting daarbij echt bij mij paste was nog onduidelijk. Door ervaringen tijdens mijn studie, stages en persoonlijke gebeurtenissen is dit beeld steeds duidelijker geworden. Inmiddels weet ik dat ik sport wil inzetten om iets te betekenen voor anderen.
Mijn motivatie is sterk gevormd door mijn eigen ervaringen met mijn ziekte. Door mijn regelmatige aanwezigheid in het ziekenhuis heb ik van dichtbij gezien wat ziekte met iemand kan doen, zowel fysiek als mentaal. Vooral het contact met en het zien van kinderen en families die met kanker te maken hebben, heeft mij laten beseffen hoe groot de impact van ziekte kan zijn op het dagelijks leven.
Omdat ik zelf weet hoe het is om in een ziekenhuisomgeving te zijn, herken ik veel van wat zij meemaken. Ik begrijp hoe stressvol en overweldigend deze omgeving kan zijn en hoe belangrijk het is om af en toe even afleiding te hebben. Juist die herkenning zorgt ervoor dat ik iets wil betekenen voor deze doelgroep. Niet op medisch vlak, maar op een manier die aansluit bij mijn eigen kwaliteiten en interesses.
Sport en bewegen zie ik daarbij als een krachtig middel. Niet alleen gericht op herstel of revalidatie, maar juist ook als moment van ontspanning, plezier en afleiding. Even niet bezig zijn met ziekte of behandelingen, maar gewoon bewegen en plezier maken.
Deze persoonlijke ervaringen vormen de basis van mijn motivatie binnen de opleiding sportkunde. Ze beïnvloeden de keuzes die ik maak, de doelgroepen die mij aanspreken en de richting waarin ik mij wil ontwikkelen. Mijn ambitie is om sport in te zetten op een manier die impact heeft, door mensen, en in het bijzonder kinderen die te maken hebben met ziekte, een moment van ontspanning, plezier en kracht te bieden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb